Posts tonen met het label Goudstikker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Goudstikker. Alle posts tonen

dinsdag 15 mei 2012

Boekenlijst: Roof en Berooid

Van Gerard Aalders, medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, verschenen twee interessante boeken.

Ten eerste: Roof , de ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog


Dit boek toont aan dat de beroving, die de nazi's stelselmatig probeerden te camoufleren, totaal is geweest. Aan bod komen vragen als: wie kocht de geroofde spullen?, waar bleven ze? En wat was de rol van de Nederlandse collaborateurs? Ook de roof van kunst, zowel joodse als niet-joodse, komt uitgebreid aan de orde.
De NBD|Biblion recensie
De afgelopen jaren is de kwestie van de roof van joodse bezittingen door de Duitsers in de oorlog in het brandpunt van de historische belangstelling komen te staan: onder meer de zaak Goudstikker, het 'joodse goud' op Zwitserse banken en de Liro-affaire z3n hiervan voorbeelden. Gerard Aalders publiceerde eerder over de economische rol van Zweden t3dens de oorlog. Dit boek - dat recentel3k opschudding veroorzaakte - gaat in op de grootste roof uit de wereldgeschiedenis: die door de Duitsers in de bezette gebieden van Europa tussen 1939 en 1945, speciaal in Nederland. De joden waren het belangr3kste slachtoffer van de Duitse plunderwoede: kunstschatten, goud, zilver, edelstenen, bibliotheken, archieven, effecten, alles werd in beslag genomen. De auteur beschr3ft zeer gedetailleerd hoe deze roof werd voorbereid en gepleegd. Enerz3ds grondig en systematisch, anderz3ds werd steeds gepoogd alle roof-acties een legale sch3n te geven. Dit boek is het eerste deel van drie. Het tweede zal gaan over het naoorlogse Rechtsherstel, het derde over de roof van het goud uit de kluizen van De Nederlandsche Bank. Een buitengewoon goed gedocumenteerd en tegel3k onthutsend boek.
(Biblion recensie, A.H.B. de Munnick.)


Ten tweede: Berooid, de beroofde joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945

De beschrijving van dit boek:
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Nederlandse joden systematisch van al hun bezittingen beroofd. Na de oorlog was het de taak van de regering om zo veel mogelijk van die eigendommen te restitueren. Dit zogenaamde rechtsherstel werd al tijdens de oorlog door de regering-in-ballingschap voorbereid.
Berooid schetst de achtergronden, voorbereidingen en uitvoering van het rechtsherstel dat in 1945 begon en pas in 1971 zou eindigen. De auteur gaat diep in op de dubieuze rol die de effectenbeurs en de banken in dit proces hebben gespeeld. Verder komt uitgebreid de restitutie van kunst ter sprake en de schandalen die daarmee gepaard gingen. Tegenwoordig krijgen we nog regelmatig te maken met die erfenis : de Liro-affaire, de zaak Goudstikker, vluchtkapitaal en geheimzinnige goudschatten in Zwitserland.

NBD|Biblion recensie
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon de wederopbouw. Een van de taken van de regering was het herstel in eigendomsrechten van de joden die tijdens de oorlog van vrijwel alles waren beroofd. Dit rechtsherstel werd al tijdens de oorlog door de regering in ballingschap voorbereid en zou pas in 1971 eindigen. Aalders schetst de achtergronden, voorbereidingen en uitvoering van het rechtsherstel en gaat in op de dubieuze rol die de effectenbeurs en de banken speelden. Het overheidsbeleid, dat weliswaar in de kern niet faalde, ging gepaard met enorme botheid ten opzichte van de zwaarst getroffenen. 'Berooid' is het tweede deel in een trilogie. Het eerste deel, 'Roof'*, over de ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog, baarde bij verschijnen in 1999 veel opzien. Het derde deel zal gaan over de roof en (gedeeltelijke) restitutie van het monetaire goud uit de kluizen van De Nederlandsche Bank. Gerard Aalders is wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
(Biblion recensie, Redactie)

donderdag 3 mei 2012

Laten we eerlijk zijn: bloedgeld was overal


Morgen is het 4 mei. De dag van de dodenherdenking. Vandaag is het 3 mei en blijkbaar de dag van de persvrijheid. Wat wil dat zeggen; persvrijheid? Dat we alles mogen schrijven en zeggen? Ergens vond ik deze tekst:
3 mei is de Werelddag van de persvrijheid, een dag om vermoorde journalisten te betreuren en onze solidariteit uit te drukken met journalisten die in de gevangenis verkommeren of op alle mogelijke manieren belemmerd worden in de uitvoering van hun werk.

Maar het is ook een goede gelegenheid om de doelstelling en verdiensten van de vrije pers te promoten en te benadrukken dat een vrije pers vrede en welvaart kan brengen in deze roerige wereld.
Het is blijkbaar ook een dag om te herdenken. Laten we dat niet doen, laten we vooruit kijken. Laten we streven naar persvrijheid wereldwijd. Te beginnen in eigen land.

Morgen is het een gebruik om twee minuten stil te staan en Nederlandse oorlogsslachtoffers te herdenken. Dat weten we en dat doen we. Vorige week is daar wat commotie over ontstaan. Wie herdenken we wel en wie niet.

Maar laat ik vandaag en morgen ook aangrijpen om dat herdenken en die persvrijheid als basis voor gerechtigheid te gebruiken. Want we kunnen dan wel blijven stilstaan, daarmee zijn nog niet alle wonden geheeld. Zeker als er tal van vragen blijven bestaan. Omdat ze eenvoudigweg nooit beantwoord zijn. Omdat ze weggemoffeld zijn. Zachte heelmeester en stinkende wonden, we kennen dat fenomeen onderhand. Laten we voor eens en al de wond openrijten en de waarheid vertellen.

Dan maar met de billen bloot. Die roofkunst was er, die roofbank heeft bestaan, roofpanden waren aan de orde van de dag. Bloedgeld was overal. Laten we dat toegeven, laten we oprecht excuses maken. Het is nu wel echt tijd om een boetekleed aan te trekken en ons niet langer te verschuilen achter leugens.

donderdag 26 april 2012

De collectie goudstikker digitaal



Uniek. Een virtueel depot, waarin alle werken bijeen zijn gebracht die ooit tot de collectie van verzamelaar en kunsthandelaar Jaques Goudstikker behoorden. De collectie van de Joodse kunsthandelaar viel in de Tweede Wereldoorlog uiteen, om nooit meer bijeengebracht te worden. De 202 werken zijn nu door Pictura digitaal bij elkaar gebracht.

Mijn blinde geloof in gerechtigheid

Zoals ik eerder op mijn blog schreef, leidt een zwarte bladzijde in de geschiedenis in Nederland vaak niet tot veel ophef. Hoe het komt? Waren we te druk met de wederopbouw? Wilden we liever alles vergeten en opnieuw beginnen?

'Eerlijk duurt het langst,' zegt het spreekwoord. Een waarheid als een Hollandse koe. Uiteindelijk hebben ook de erfgenamen van kunsthandelaar Goudstikker hun bezittingen terug gekregen, waaronder het prachtige werk Portret van een vrouw.

Dit alles ging niet vanzelf. Het heeft zeker zestig jaar geduurd voordat de overheid de kunstcollectie terug gaf aan de wettige eigenaren. Zestig jaar. Best lang, niet waar? Jacques Goudstikker leefde toen al niet meer.

Kijk, als niemand er werk van had gemaakt, dan was het waarschijnlijk nooit gebeurd. Dan waren we dit allemaal vergeten en was het een verzonken verhaal geworden, een vergeten bladzijde van een vergeten geschiedenisboek. Maar mede dankzij onderzoeksjournalisten als Pieter den Hollander, heeft het recht toch gezegevierd. In februari 2006 besloot de regering om 202 meesterwerken terug te geven aan de nabestaanden van Jacques Goudstikker.

Het zijn dit soort zaken die mij inspireren. Om blind te blijven geloven in gerechtigheid. Want alleen met blind geloof kun je een machtig orgaan als de overheid overtuigen om het goede te doen. Het gaat mij niet om de naam: Occupy, Fluwelen revolutie, het boeit me niet hoe je het noemt. Het gaat er mij alleen om dat mensen die niet meer kunnen spreken een stem krijgen en dat recht zegeviert.

woensdag 25 april 2012

Goudstikker's Portret van een vrouw

Op de website van veilinghuis Christies vond ik dit mooie Portret van een vrouw, een van de schilderijen die door de nazi's geroofd waren van kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Na een slepende affaire is het schilderij uiteindelijk in 2006 door de Nederlandse overheid teruggegeven aan de erfgenamen van Goudstikker. Ruim zestig jaar na dato! Tegenwoordig te zien in New York, Rockefeller Plaza.

Beschrijving schilderij
School of Fontainbleau 16th Century
Portrait of a lady, bust-length
oil on panel
19½ x 15 in. 49.6 x 38.1 cm.
Waarde: $360,000

Herkomst
D'Atri.
Jacques Goudstikker, Amsterdam, 1930.
Geplunderd door de Nazi-autoriteiten, Juli 1940.
Hersteld door de Geallieerderden, 1945, onder bewaring gesteld bij de Nederlandse regering.
Terug gegeven in februari 2006 aan de erfgenamen van Jacques Goudstikker.

Bron: Christies

maandag 23 april 2012

Goudstikker gaf Nederland internationale allure


Jacques Goudstikker was de zoon van kunsthandelaar Eduard Goudstikker en Emmy Sellisberger. Vanaf 1919 werkte hij in de kunsthandel van zijn vader: de Firma Goudstikker die in 1845 door zijn grootvader en diens broer was opgericht. Na de dood van zijn vader in 1924 nam hij de zaak over.

Daar waar zijn vader zich voornamelijk richtte op Nederlandse en Vlaamse kunst uit de 17e eeuw, de kunst waar destijds veel vraag naar was, richtte Jacques zich op een internationaal publiek. Ook bracht hij met veel passie de Nederlandse kunstwereld in contact met Italiaanse meesters.

Volgens kunstprofessor Henk van Os heeft hij indirect ook grote invloed gehad op de museale wereld. Zijn kunstcollectie was soms breder en vertoonde meer variatie dan menig museum in die tijd. Maar hij handelde niet alleen in kunst, hij organiseerde ook exposities en nodigde het publiek uit om kennis te maken met grote kunstenaars in de collectie op zijn kasteel Nijenrode. Goudstikker zou uitgroeien tot een van de grootste en succesvolste kunsthandelaren van Nederland. Het bewijs daarvan: de enorme kunstcollectie die hij naliet, toen hij vluchtte voor de nazi's. Meer dan elfhonderd schilderijen van de grootste meesters liet hij achter.

Dat hij ook groots was van karakter bewezen zijn woorden die hij zijn restaurateur Jan Dik meegaf: 'Zorg goed voor de zaak.' Schriftelijke instructies gaf hij niet, omdat hij 'voldoende wist over de motieven van de nazi's om te beseffen dat zijn niet-joodse personeel daardoor in problemen zou kunnen komen'. Dat gunde hij de vijand niet:' Zijn visie was eenvoudig: 'zouden de nazi's de net begonnen oorlog winnen, dan was hij alles kwijt. Zouden ze verliezen, dan zou hij terugkomen en zien wat hem van zijn kunsthandel nog restte.'


Helaas zou hij nooit meer terugkeren. Tijdens een vlucht met zijn vrouw op het vrachtschip SS Bodegraven richting Engeland, viel hij, nadat hij een luchtje was gaan scheppen op het dek, in het vrachtruim. Gevolg: een fatale schedelfractuur. Op de overlijdensakte stond: Fracture of Skull due to accidentally falling into the Hold of the s/s Bodegraven on the High Seas whilst a Refugee Passenger thereon.