Posts tonen met het label bloedbloemen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloedbloemen. Alle posts tonen

woensdag 16 mei 2012

'Als we doden herdenken, dan bewijzen we hun eer.'

'Stilstaan bij gesneuvelde Duitse soldaten? Dat kun je op 364 dagen per jaar doen. Maar op 4 mei is het ongepast,' aldus Rik Peels, post-doctoraal onderzoeker wijsbegeerte aan de Universiteit van Utrecht, in dagblad Trouw.

In zijn artikel schrijft hij over de discussie die is ontstaan over wie wij herdenken tijdens Nationale Dodenherdenking op 4 mei, waarover ik eerder al schreef in mijn retecoole blogpost.

Sommige mensen lijken het begrip "slachtoffer" te willen verbreden, anderen hebben daar veel moeite mee. De vraag is: Waar ligt de grens? Peels maakt duidelijk wat het herdenken van doden betekent:'Als we doden herdenken, dan bewijzen we hun eer'.

Waarom doden herdenken?
De vervolgvraag is: waarom willen we doden eer bewijzen? Daarvoor geeft hij twee belangrijke redenen:

1) Uit dankbaarheid
We kunnen een dode dankbaar zijn voor wat hij/zij gedaan heeft. Door te herdenken kunnen we een dode eren om het stichten van een stad, het verdedigen van het land, of het brengen van vrede en gerechtigheid.

2) Geschonden recht
Omdat in zijn sterven zijn eer is geschonden. We herdenken Joden en verzetsstrijders , omdat zij vermoord zijn en hun daarmee groot onrecht is aangedaan.

Als dit de functie van herdenken is, begrijpen we de huiver beter om Duitse soldaten te herdenken. Hun is immers geen onrecht aangedaan. Door hun op te sluiten, te vermoorden of een genocide op ongekend grote schaal mogelijk te maken. Dit staat dus los van Duitsers die goede echtgenoten, vaders en vrienden waren. Het gaat erom dat deze Duitse soldaten in hun dood geen onrecht is aangedaan. En daar gaat 4 mei nou juist over.



Door Duitse soldaten uitgerekend op 4 mei te herdenken schenden we de eer van de slachtoffers van wie de eer wel geschonden is:

We doen dan onrecht aan Joodse slachtoffers, verzetsstrijders, maar bijvoorbeeld ook aan Duitsers die zo moedig waren dienst in de Wehrmacht te weigeren en die de gevolgen daarvan ondervonden hebben. We moeten dan ook niet zeggen dat het nog "te vroeg" is om Duitse soldaten te herdenken. Het is niet te vroeg, het is ongepast.

De tragedie van de Duitse families die door de oorlog zijn beschadigd verdient het om herinnerd te worden. Maar niet op 4 mei.

dinsdag 10 april 2012

Roofpanden

Dit artikel staat al sinds 2008 op de website van het Historisch Nieuwsblad.
Malafide makelaars werden tijdens de Tweede Wereldoorlog steenrijk door de handel in geroofde Joodse panden en het witwassen van fout geld. Klanten waren er genoeg: van ‘bunkerbouwers’ en NSB’ers tot banken en gemeenten. Een reis door de criminele vastgoedwereld van Amsterdam tijdens de bezetting.

Op 11 augustus 1941 vaardigde de Duitse bezetter een verordening uit die Joden verplichtte hun vastgoedbezit aan te melden bij de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV). De Grundstücksverwaltung kreeg het ‘beheer’ over dat vastgoed, met als voornaamste doel onteigening en verkoop van de panden. Op haar beurt droeg de Grundstücksverwaltung het beheer weer over aan tien zogenoemde lasthebbers – meestal makelaars – die ook wel Aussenstellen (filialen) werden genoemd. Naar schatting werden 20.000 Joodse panden geroofd. De totale waarde bedroeg zo’n 150 miljoen gulden – tegenwoordig 750 miljoen euro.
Lees het gehele artikel op historischnieuwsblad.nl

Waar ik vooral benieuwd naar ben is of er inmiddels achterhaald is om hoeveel geld het gaat. De schrijver van het artikel eindigt namelijk met:
Onbekend is hoeveel geld de Joodse eigenaren van geroofd onroerend goed ten onrechte is onthouden. Om dat te achterhalen is veel onderzoek vereist. Allereerst zouden alle ongeveer 12.800 dossiers van de Raad voor het Rechtsherstel, die te vinden zijn in het Nationaal Archief, moeten worden getoetst. Welke kosten zijn voor rekening van de slachtoffers gekomen, welke vergoedingen hebben zij moeten betalen aan de kopers te kwader trouw?

Via de Verkaufsbücher is na te gaan voor welke Joodse panden nooit rechtsherstel heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld omdat de eigenaren waren omgekomen en er geen erfgenamen waren. De waarde van panden die, zoals Weesperstraat 123, door de hypotheekverstrekker zijn geveild, kan via het kadaster worden achterhaald. Alles bij elkaar opgeteld zal daar een bedrag uit rollen dat met de grootst mogelijke betrouwbaarheid uitdrukt wat de Joodse gemeenschap nog van Nederland tegoed heeft.

donderdag 29 maart 2012

Winter Flowers: bedrijf gebouwd op bloedgeld

Loop door het park en aanschouw de schoonheid van de ontluikende lente: krokussen die uit de grond hun kleurrijke gezicht laten zien, roze en witte bloesem aan de takken, de ooievaars in hun nesten. De winter gaat slapen, de lente ontwaakt.

Maar is het zoals Marsman ooit dichtte: 'Een nieuwe lente, een nieuw geluid'? Welnee: er is eerder sprake van steeds hetzelfde liedje, hetzelfde laken een pak. Leert de mens eigenlijk wel van haar geschiedenis? Of juist niet en maakt elk mens van elke generatie steeds weer dezelfde fouten maken?

Waarom krijgen bankiers nog steeds zulke grote bonussen? Waarom is er nog steeds op grote schaal zo veel fraude? En waarom maakt niemand zich daar druk over? Zijn we dan echt volledig doorgeslagen in ons individualistische en kapitalistische gedachtegoed?

Vanavond is er weer een aflevering van de tv-serie Bloedverwanten. Wie de serie niet kent: dat gaat over een familiebedrijf dat handelt in bloemen: Winter Flowers. Het idiote is dat dat bedrijf in werkelijkheid bestaat. En net als in de serie gebouwd is op 'bloedgeld'. Het startkapitaal van het bedrijf is afkomstig van joden die nooit teruggekomen zijn uit de oorlog.

Tv is tv. Dat is bedacht en verzonnen. Een circus, gedreven door geld en subsidie. Maar dat het echte bedrijf Winter Flowers BV nooit is aangepakt door de bloemenbranche zelf is mij een raadsel. Bestaat er dan geen zelfreinigend vermogen? Bloemenbedrijven hebben er toch ook baat bij dat hun branche brandschoon blijft?

Ik weet ook wel: handel = handel. Daar is dit land groot mee geworden. En tegelijk dat moralistische vingertje heffen. De dominee en de koopman. Hoe hypocriet kan je zijn? Maar we slikken het voor zoete koek. Niemand wil leven in armoe. En als we rijk worden door ethisch onverantwoord handelen, spoelen we dat calvinistische schuldgevoel door te storten op giro 555.

Winter Flowers
Op Twitter vroeg iemand mij meer over dat bedrijf. Het was een journalist geloof ik. Maar ik vind dus dat er veel luie journalisten zijn die wachten totdat hun een persbericht wordt verstuurd. Is dit nou dat vrije land met die vrijheid van meningsuiting? Er zijn gelukkig nog wel wat goede onderzoeksjournalisten, zoals bij Zembla of Argos. Maar het gros van de journalisten zijn "plucheplakkers" (zoals Jolande Sap dat laatst mooi verwoordde op Twitter) die meer geven om een vaste baan en een stabiel inkomen dan het zoeken naar de waarheid.

Daarom heb ik besloten zelf onderzoek te doen naar het bedrijf Winter Flowers. Volgens eigen zeggen (op hun flut website) opgericht in 1946, dus vlak na de oorlog. Daarna is het bedrijf uitgegroeid tot een van de grootste bloemenexportbedrijven van Nederland. Zo doen we o.a. zaken in landen als de Verenigde Staten, Rusland, Engeland, Duitsland en Oost-Europa.

Binnenkort verschijnt van mijn hand een documentaire over Winter Flowers. Gebaseerd op grondig onderzoek. Ik kan nog niet alles laten weten en uit zelfbescherming voor mogelijke represailles (die mensen zijn tot alles in staat) wens ik anoniem te blijven. Toch hoop ik al zeer snel iets te kunnen laten zien. Ik hou je op de hoogte. Via deze blog en via Facebook en Twitter.

donderdag 15 maart 2012

Bloedverwanten

Nu is die serie Bloedverwanten dus weer begonnen. Ik heb niks tegen die serie op zich, alleen wel tegen het bedrijf Winter Flowers waarop de scenarioschrijver zich moet hebben laten inspireren. Dat bedrijf is in werkelijkheid opgebouwd met bloedgeld en dat stoort me mateloos.

vrijdag 21 oktober 2011

Kunst is een drol

Kunst is niet helemaal mijn ding. Althans niet dat elitaire wereldje waar mensen de waarde van een schilderij omhoog lullen met intellectueel gezwets. De ware kunstenaars vind je op straat: straatartiesten, graffitikunstenaars. Gasten die met hun persoonlijke expressie gebruikmaken van de openbare ruimte.

Het is net als met al die hoge heren in Den Haag die verscholen in hun ivoren toren lopen te roepen dat de politiek dichter bij de burger zou moeten staan. Of andersom: de burger dichter bij de politiek. In de tijd die ze verspillen om daar in achterkamertjes met elkaar te praten zouden ze toch allang hebben kunnen praten met die burger? Maar denk je nou echt dat die politici echt willen praten met de burger? En zou die burger echt willen praten met politici?

Of blijft iedereen liever klagen? Want oh oh oh wat kunnen wij Nederlanders dat goed: klagen, mopperen en azijn pissen. In plaats van dat je stopt met klagen en de bladeren in die hondendrollen (ergernis nummer 1) eigenhandig van de stoep verwijdert, maken we er een sport van om naar de drol te staren, er een mening over te vormen en er daarna over te mopperen. Dat doen we zelfs met onze eigen drollen thuis. Nederlanders zijn het enige volk met zo'n vreemde wc-pot waar je drol blijft liggen en waar we dan nog naar gaan zitten staren ook, in plaats van gelijk door te trekken.

Kunst is ook net een drol: we kijken ernaar, we vinden het niks en dan spoelen we het door de plee. 'Kan mijn neefje ook,' zegt de kijker dan, terwijl hij helemaal geen neefje heeft en al helemaal geen neefje dat kan tekenen. Als je de kunst niks vindt, kom dan niet in die instituties die musea heten, om stiekem toch een beetje bij dat spannende wereldje te horen, want ja het is toch best wel sexy om wat over kunst te vinden.

Kunst is een drol. Of misschien moet ik zeggen: kouwe kak!